Sitemap | Zoeken | Contact  | English - Engels  

Evolutie: fossielen

Men heeft tot hiertoe enkel op het Zuidelijk Halfrond, in die streken waar ook nu nog pinguïns leven, pinguïnfossielen teruggevonden. Men mag nu niet denken dat men hele, perfekt bewaarde pinguïnfossielen vond. Slechts door criminologische fijnarbeid kon men de vondsten aan pinguïns toewijzen, omdat het om bovenarm- en voetknoken gaat. Gelukkig gaat het hierbij juist om die beenderen die de evolutie van vliegen naar leven in het water duidelijk stellen.

De meeste van de 32 fossiele soorten werden in Nieuw-Zeeland en Argentinië teruggevonden. Enkele stammen ook uit Zuid-Afrika en Noord-Australië.
Opvallend is dat er in Antarctica maar op één plaats, nl. Seymour Eiland, soortgelijke fossielen werden gevonden. Hieruit kan men concluderen dat de wieg van de pinguïns in het zeegebied rond Nieuw-Zeeland ligt. Ook nu nog leeft meer dan de helft van de 17 soorten in deze sub-tropische tot matig-warme wateren. Slechts de keizerspinguïn en zijn "lakei", de adélie, komen enkel op Antarctica voor.

De tot hiertoe gevonden fossielen leiden tot de conclusie dat er vroeger meer soorten waren en ze ook een stuk groter waren dan de huidige soorten. Eén soort, nl. de Anthropornis nordenskjoeldi was 1,7 m en dus zo groot als een mens. Een andere soort Pachydyptes ponderosus woog vermoedelijk 100 kg en was 1,6 m. Daar tegenover is de huidige grootste soort, de keizerspinguïn met z'n 1,2 m maar zo groot als een kind en de 30 cm metende dwergpinguïn werkelijk een dwergje.

grootte


volgend hoofdstuk: verlies van vliegkunst
© Pinguins info  |   2000-2017