Sitemap | Zoeken | Contact  | English - Engels  

  • Zicht
  • Gehoor
  • Bek

Zicht

Oog
Zien is voor pinguïns even belangrijk als voor andere vogels. Hun ogen zijn zó groot dat de oogappels zich in de schedel bijna raken.
In tegenstelling tot walvissen die zich ultrasoon oriënteren, moeten pinguïns kunnen zien om hun buit te vangen. Dit wil zeggen dat ze zowel op land als onder water een klaar beeld moeten hebben. Tijdens het duiken zijn hun ogen wijd open en vertrouwen ze op hun zichtscherpte en lichtgevoeligheid.
Hun duikdiepte is direkt afhankelijk van de lichtsterkte onder water. Onderzoek toonde aan dat ze ´s middags dieper duiken dan ´s avonds of ´s nachts.

Wanneer wij duiken zien we alles wazig omdat de lichtbrekingsindex in water anders is dan in lucht. Onze ogen zijn zo opgebouwd dat er lucht voor het hoornvlies moet zijn. Bij pinguïns is dit anders : daar is het oppervlak van de ogen, het hoornvlies, niet zo sterk gewelfd als bij ons mensen. Zo is het verschil tussen lucht en water niet zo groot en wordt het licht niet te sterk gebroken.

Bovendien bezit de lens, die zich achter de pupil bevindt, een veel groter aanpassingsvermogen en is ze meer vervormbaar door de sterkere oogspieren zodat ze ook in het water scherpe beelden levert. Nadeel daarvan is dat de gezichtshoek verkleint. Om hun buit toch doelgericht te kunnen vangen, moeten ze in staat zijn afstanden juist in te schatten. Hiervoor overlappen de gezichtsvelden van beide ogen zich in een klein bereik boven de snavel. Dit heeft tot gevolg dat ze onder water slechts in een zeer begrensd gebied ruimtelijk kunnen zien, nl. horizontaal in een hoek van ongeveer 17 graden vóór de snavel. Hierdoor wordt het dieptezicht sterk beinvloed. Om onder water toch goed vis te kunnen vangen heeft de evolutie een truc uitgedacht. Men heeft vastgesteld dat pinguïns hun kop draaien en eerst met het ene oog, dan met het andere hun buit fixeren. Schijnbaar is de verticale gezichtshoek boven de snavel veel groter (ongeveer 80°). Zo kunnen ze met hun beide ogen de omgeving ruimtelijk aftasten en de juiste afstand tot hun buit bepalen. Daarna wordt de kop terug zo gedraaid dat de buit terug in het, ruimtelijk mindere, zichtbereik komt om zeker toe te happen. Daarvoor spreekt ook het feit dat Afrikaanse pinguïns hun buit bv. altijd van onderuit vangen en de vis steeds door een beet in de buik, direkt achter de kieuwen doden.

Ook het zien van kleuren wordt bepaald door het feit dat ze grotendeels in het water verblijven. Omdat onder water alles enkel nog blauw-groen is vanaf een diepte van 5 m, en het rode en gele daglicht eruitgefilterd wordt, heeft de evolutie gezorgd dat pinguïns geen kleuren in het rood-bereik zien, daarvoor des te meer in het blauw-groene bereik. Bovendien bewijst onderzoek dat ze ook heel lichtgevoelig zijn, vergelijkbaar met die van de nachtactieve vogels zoals uilen.

Gehoor

Hoewel een pinguïn geen uitwendige oren heeft, is z'n gehoor toch sterk ontwikkeld.
Het bevindt zich op dezelfde plaats als bij ons, maar bestaat enkel uit een inwendig oor, dat bedekt is met veren.
Hoe zou hij anders in de kolonie z'n partner of kuiken kunnen terugvinden.
Vanaf het uitkomen van het ei, prent een kuiken zich de klank van de stem van de beide ouders in. Zo kan er geen vergissing ontstaan wanneer de volwassen dieren terugkomen van zee om hun jongen te voeden.
Ook het terugvinden van de partner baseert grotendeels op het herkennen van de geluiden en stem.

Enkele stemmen van pinguïn soorten:

Bek

fig 1: Bek van een humboldt pinguin

fig 2: humboldtpinguin
Vogels hebben geen tanden en pinguïns vangen hun buit door ze te grijpen met hun bek en vast te houden. Hun kop is met het starre lichaam verbonden door middel van zeer beweeglijke wervels.
De bek heeft een beendergestel dat vanuit het kaakbeen opgebouwd wordt. Daarop bevinden zich meerdere eng aansluitende hoornplaatjes uit keratin, zoals van onze vingernagels en haren. Bovendien hebben vele soorten aan het uiteinde een gebogen haak en is de snijkant zeer scherp. (zie fig 1)
Dit maakt het vasthouden en doden van glibberige vis mogelijk. Op hun tong en gehemelte bevinden zich naar achter gerichte uitsteeksels, die als weerhaken dienst doen om het ontsnappen van de buit te verhinderen. (zie fig 2)

Omdat pinguïns geen tanden hebben moeten ze hun buit in z'n geheel verslinden. Door kopbewegingen brengen ze de vis in de goede positie, met de kop naar voren richting het keelgat, om vasthaken van vinnen te verhinderen. Het keelgat kan daarbij zeer ver geopend worden omdat de bovenkaak met bovensnavel beweeglijk is t.o.v. het schedeldak.(zie fig 3)

© Pinguins info  |   2000-2014